Psychologie / Kinderpsychologie

9-Homepage Epicentrum - Disciplines
Fotopsychotherapie

PSYCHOLOGIE BIJ VOLWASSENEN

Wat je moet weten?

We weten dat onze lichaam en geest als een eenheid functioneren en elkaar beïnvloeden. Vanuit dat idee is het begrijpbaar dat, naast een lichamelijke behandeling, gesprekstherapie kan helpen om lichamelijke klachten die hun oorzaak elders hebben, op te lossen.

Hoe werkt onze psychologe?

Onze psychologe Sarah werkt voornamelijk cognitief gedragstherapeutisch, maar haalt tevens inspiratie uit andere psychotherapeutische stromingen. Zoals:

  1. De kortdurende oplossingsgerichte therapie: hierbij gaat men uit van eigen krachten en sterkte.
  2. De acceptance en commitment therapie waarbij de nadruk wordt gelegd op het durven toelaten, bewust worden en aanvaarden van psychisch lijden. Dit kan ruimte geven om te terug te leven volgens je eigen waarden en datgene wat voor jou belangrijk is.
Welke benadering past zij toe?

Onze therapeute Sarah vertrekt vanuit de cognitieve gedragstherapie.

Cognitieve gedragstherapie is een vorm van psychotherapie – een gesprek- en behandelmethode die wordt ingezet bij psychische problemen en/of spanningen. Binnen deze vorm van psychotherapie worden psychische klachten onderzocht op niveau van gevoelens, gedachten en gedrag.

Wat je voelt, denkt en doet werken als tandwielen op elkaar in. Eens er een tandwiel in een bepaalde richting begint te draaien, draaien de anderen niet alleen automatisch mee, ze geven elkaar ook extra snelheid en kracht. Dit geldt voor ons allemaal:

Een voorbeeld: Je bent wat vermoeid en hebt een mindere dag (voelen). Op zo’n dagen ben je geneigd negatiever te denken over jezelf en anderen (denken). Je hebt niet veel zin om dingen te doen (voelen). Je stelt misschien ook effectief zaken uit (doen) wat je nog minder goed laat voelen (voelen) op het einde van de dag. Je bent teleurgesteld hierover (denken) …

In het geval van psychische klachten beginnen de tandwielen elkaar in die mate te versterken en kracht te geven dat het moeilijk kan worden hier op je eentje een impact op te hebben. In zo’n geval kan psychotherapie helpen. Een gedragstherapeut zal samen met jou onderzoeken hoe je klachten in elkaar zitten.

Bijvoorbeeld in het geval van een angstprobleem wordt onderzocht wanneer en in welke situatie de angst opkomt, er wordt als volgt ingezoomd op de 3 tandwielen:

Wat voel je? hoe intens is de angst op een schaal van 0 tot 10? Wat voel je in je lichaam? (bijv. mijn angst is 8 op een schaal van 10, ik begin te zweten, beven, krijg hartkloppingen…)

Wat denk je? (‘ik ben bang dat ik ga flauwvallen’ ‘ik ben bang dat ik een hartaanval krijg’)

Wat doe je? (‘ik vermijdt drukke plaatsen, ‘ik bel mijn huisarts’, ‘ik zorg dat ik steeds kalmerende medicatie bij heb’)

Je gevoelens, gedachten en gedrag versterken elkaar. Angst zet een biologisch systeem in gang waarop je lichaam reageert, deze lichamelijke sensaties kunnen je angst en bijbehorende gedachten versterken. Het is een instinctieve reactie om zaken die angst geven te vermijden, dit is helemaal niet raar: het vergroot je kans op overleving in gevaarlijke situaties. De angst wordt echter problematisch, wanneer iemand in steeds meer situaties angst voelt en daardoor steeds meer zaken gaat vermijden. Vermijden kan iemand er ook van weerhouden te ontdekken of de angst al dan niet gegrond is. Door op 1 of meerdere van deze tandwielen in te werken tracht een cognitief gedragstherapeut psychische klachten te verminderen.

Hoe verloopt de therapie?

In het begin willen we zoveel mogelijk informatie verzamelen om zicht te krijgen hoe jouw tandwielen juist in mekaar draaien. Hier wordt niet alleen tijdens de gesprekken naar gevraagd, ook buiten de gesprekken zal je gevraagd worden om je tandwielen te observeren. Aan de hand van dagboekschema’s kan je bijhouden wat je voelt, denkt en doet. 

De therapeut zal vervolgens samen met jou uitzoeken waarop de therapie zich in eerste instantie best richt. Soms heeft iemand last van meerdere psychische klachten, dit kan je ook weer zien als tandwielen die op elkaar inwerken.

Bijvoorbeeld:

Iemand die last heeft van angsten kan zich na verloop van tijd ook erg somber gaan voelen. Angst kan iemands leven sterk beïnvloeden, in die mate dat men elke hoop op beterschap verliest en nergens meer plezier aan beleeft. In dit geval zou het aanpakken van angsten ook een invloed moeten hebben op het gevoel van somberheid.

Dit wordt nauw opgevolgd door de gedragstherapeut: heeft de therapie het gewenste effect? Dat wordt gedaan via een effectmeting: een regelmatige afname van korte vragenlijsten. Een vast aantal sessies is er niet, doordat iedereen zijn tandwielen anders in elkaar zitten is het moeilijk te voorspellen hoelang de therapie zal duren. Via deze korte checklists kan je echter samen met je therapeut bijhouden welke vorderingen je maakt en of de therapie nog langer nodig is.

Wat kan je verwachten?

Een cognitief gedragstherapeutische behandeling kan je een beetje vergelijken met hoe een wetenschapper te werk gaat. In de wetenschap wordt alsook op gestructureerde wijze informatie verzameld, op basis hiervan wordt een hypothesen of theorieën opgesteld, welke vervolgens getoetst worden.

Het nodigt cliënten uit om hun gedachten op dezelfde manier te benaderen. We gaan er soms automatisch vanuit dat datgene wat we denken ook effectief zal gebeuren. Dat is echter niet steeds het geval, soms is het nodig een situatie te beleven en te onderzoeken of hetgeen je voorspeld had ook effectief gebeurt.

Zie het als een soort experiment waarbij getoetst wordt of je eigen voorspellingen al dan niet kloppen

Bij welke indicaties kan een therapie helpen?

Cognitieve gedragstherapie kan helpen bij heel wat psychische en/of lichamelijke klachten en moeilijkheden:

  1. Angstklachten: paniekaanvallen, dwanggedachten- en/of –handelingen, fobieën, sociale angst, piekeren, faalangst,…
  2. Klachten of problemen m.b.t. het zelf- en lichaamsbeeld
  3. Depressieve klachten
  4. Stress & burn-out
  5. Spannings-, psychosomatische- en vermoeidheidsklachten
  6. Verslavingsproblematieken
  7. Slaapproblemen
  8. Aandachts- en concentratieproblemen
  9. Verwerkingsproblemen: langdurige emotionele last t.g.v. belangrijke veranderingen in iemands leven, kan o.a. gaan over relationele problemen, rouwverwerking, verwerking van traumatische ervaringen
Een voorbeeld: stress en burn-out

Een burn-out is een vorm van psychische vermoeidheid. Het is in de meeste gevallen het gevolg van jarenlange overspanning en negatieve stress op het werk. Personen die te maken krijgen met een burn-out zijn letterlijk opgebrand en uitgeblust. Ze hebben het gevoel dat ze niet meer tot rust kunnen komen en niet meer kunnen genieten van het leven. Mensen met een burn-out hebben al te lang gebruik gemaakt van hun reserves en voelen zich leeg. Hun engagement en motivatie zijn sterk afgenomen en ze beginnen te twijfelen aan zichzelf en het nut van hun werk. Ze hebben het gevoel te falen en voelen zich niet meer gelukkig in hun job. Zaken die hen eerst energie gaven, worden meer een meer een opgave. Ze slapen slechter, zijn sneller geïrriteerd, worden cynisch of worden juist erg gelaten.

Tijdens de therapie worden de gedachten in kaart gebracht die hebben bijgedragen tot het ontstaan van de burn-out zoals: “Ik moet hard genoeg werken anders zal mijn baas mij nooit waarderen” of “Ik moet nog beter mijn best doen anders word ik misschien ontslagen”. Daarnaast worden ook de verschillende risicofactoren onderzocht en wordt er gekeken hoe men hier mee om kan gaan, zoals het beter omgaan met werkdruk, negatieve werkomgeving, gebrek aan waardering, afstand van en naar het werk, … Tenslotte wordt er ook geleerd om te luisteren naar de signalen van het eigen lichaam.

Een eerste stap in het proces is het durven (h)erkennen dat men een burn-out heeft en dit niet te ervaren als “falen”. Een burn-out is een noodrem die ons de kans geeft stil te staan bij onszelf, te reflecteren over onze work/life balans en op basis daarvan constructieve stappen te ondernemen.

PSYCHOLOGIE BIJ KINDEREN

Wat je moet weten?

Kinderen kunnen diverse moeilijkheden tegenkomen doorheen hun ontwikkeling.

Soms gebeurt er iets ingrijpends in ons leven, lopen we vast en hebben we (even) hulp nodig om verder te geraken. Het is niet altijd mogelijk om als omgeving de zorgen van uw kind te verlichten.

Een kinderpsycholoog kan helpen door met uw kind te praten, te spelen en te tekenen. Er wordt gepraat en gewerkt rond gevoelens en gedachten, zodat het kind zich beter gaat voelen.

Psychotherapie kan er zijn om bepaalde ervaringen te verwerken waar een kind moeilijk alleen mee om kan.

Hoe gaat de kinderpsychologe te werk

Als psychologe ben ik klassiek geschoold, afgestudeerd in 2011 aan de Universiteit Gent en gespecialiseerd in het werken met kinderen en jongeren (4-14jaar).

Verschillende therapievormen heb ik mij eigen gemaakt met een verhoogde interesse in emotionele problematieken en verlieservaringen.

 In januari 2017 start ik met een therapieopleiding Psychotraumatologie.

Welke benadering past zij toe?

Er wordt aan slag gegaan met verschillende therapievormen:

Cognitieve therapie:

In cognitieve therapie wordt altijd veel belang gehecht aan de invloed die het denken uitoefent op het gevoelsleven van een kind. Wie belangrijke zaken en gebeurtenissen in zijn leven steeds vanuit een negatief standpunt beziet, wordt gemakkelijk somber, angstig of geïrriteerd.

In cognitieve therapie wordt er samen gezocht naar meer  positieve standpunten en gedachten. Dit is een gezamenlijke onderneming van cliënt en therapeut.

Daarbij wordt gebruik gemaakt van bepaalde oefeningen en eventueel huiswerkopdrachten.

Sociale vaardigheidstraining:

Kinderen kunnen het moeilijk hebben om zich in de sociale omgang goed uit de slag te trekken.

Gedurende een aantal sessies trainen de leerlingen verscheidene sociale vaardigheden (via rollenspel, specifieke oefeningen).

Speltherapie:

Via spel kan een kind zich op een natuurlijke manier uiten, communiceren en experimenteren.

Via het spel ontmoeten het kind en de therapeut elkaar. De speltherapeut ondersteunt het kind om in contact te komen met zijn/haar beleving, om zo meer inzicht te krijgen in zijn/haar gedachten, gevoelens en gedrag. Via spel wordt de (emotionele) ontwikkeling van het kind ondersteund.

Creatieve therapievormen:

Soms blijkt het praten voor bepaalde kinderen of jongeren moeilijk.

Creatieve therapie helpt kinderen en jongeren hun emoties uit te drukken door middel van verhaaltjes, tekenen, schilderen, boetseren of muziek. Het gebruik van creatieve middelen, leert kinderen en jongeren uiting te geven aan hun problemen, belevingen en emoties.

Gesprekstherapie:

Binnen een vertrouwensrelatie kan men zijn/haar beleving verkennen en verwoorden. Samen met de therapeut tracht men inzicht krijgen in het eigen functioneren, de eigen beleving…

Relaxatietechnieken:

We leren de kinderen spanningen uit hun omgeving ventileren.  Via deze technieken helpen we kinderen ontspannen en hun bewust worden van hun lichaam, gevoelens en gewaarwordingen.

Rouwbegeleiding:

Jonge kinderen rouwen – vaak op een andere manier dan volwassenen en dat kan er voor zorgen dat we dienen te zoeken naar de juiste manier om een kind hierin te begeleiden.

Soms loopt het rouwproces vast en dienen we de kinderen te helpen met een verliesverwerking.

 

Verder mogelijkheid tot agressiebeheersing (leren omgaan met boze gevoelens aan de hand van verschillende technieken), psycho-educatie (er wordt informatie en advies omtrent de gemelde problemen verleend aan de ouders en aan het kind), affecteducatie (verkennen en leren herkennen van de eigen en andermans gevoelens) en psychodiagnostiek (psychologisch onderzoek)…

Hoe verloopt de therapie?

We starten met een intakegesprek om de hulpvragen rond uw kind te beluisteren. Binnen dit gesprek brengen we ook uw verwachtingen en wensen in kaart en kijken we hoe we verder kunnen helpen.

Daarna gaan we aan de slag met het kind/jongere, we proberen eerst een volledig beeld te verkrijgen. Dit kan aan de hand van een belevingsonderzoek, observatie of het invullen van vragenlijsten. Hieraan koppelen we therapeutische doelstellingen en wordt de begeleiding verder gezet.

We voorzien op regelmatige basis een terugkoppeling ten opzichte van de significante personen in het leven van het kind. Dit aan de hand van gesprekken met de ouders of andere rolpersonen.

Wat kan je verwachten?

Binnen de therapie stellen we het kind centraal en werken we op maat van de cliënt. We bekijken samen wat er aan de hand is en proberen je kind zo goed mogelijk te helpen.
Wanneer er besloten wordt tot een therapeutische begeleiding, gaan we op regelmatige basis (bvb. 1x/ week samen aan de slag). De duur en de frequentie van de therapie wordt onderling besproken.

Tijdens de therapeutische behandeling wordt er regelmatig een evaluatiemoment voorzien met de ouders om te beoordelen in welke mate de vooropgestelde doelen behaald zijn.
De therapie kan geleidelijk gradueel afgebouwd worden totdat het kind en de ouders alleen verder kunnen met de handvaten en informatie.

Bij welke indicaties kan een therapie helpen?
  1. Emotionele problematiek (angsten, faalangst, laag zelfbeeld, sombere gevoelens, boosheid).
  2. Leerproblemen (dyslexie, dyscalculie, hoogbegaafdheid).
  3. Rouw/verlieservaring (echtscheiding, ziekte, overlijden binnen de omgeving).
  4. De aanwezigheid vanontwikkelingsstoornissen: ADHD, autisme.
  5. Moeilijkheden in het sociaal contact.
  6. Aandacht/concentratiemoeilijkheden.
Betaling en terugbetaling

De betaling gebeurt cash na elke sessie, het tarief betreft 50 euro per begeleiding (intakegesprek, diagnostisch onderzoek, individuele psychotherapie, oudergesprek).

Een gedeeltelijke terugbetaling is mogelijk, afhankelijk van de mutualiteit waarbij u bent aangesloten (overzicht te bekomen bij therapeut).